Beter van niet
Ik wou hier iets schrijven over tijd voor mezelf, nieuwe zetels, slecht slapen, hoofdpijn en honderdduizend frustraties, maar misschien is het beter van niet.
Dit zegt genoeg. Het spijt me.
Derde poging tot het hebben én houden van een eigen blog, maar het wordt vast weer niks...
Als deze blog je zegt wat de woorden ervan zeggen, dan zegt het je niet wat ik bedoelde toen ik ze schreef.
Ik wou hier iets schrijven over tijd voor mezelf, nieuwe zetels, slecht slapen, hoofdpijn en honderdduizend frustraties, maar misschien is het beter van niet.
Dit zegt genoeg. Het spijt me.
Hier moet ik dus iedere keer weer van wenen. En geen klein beetje, maar tranen met tuiten.
Huil even met me mee, wil je?
Ja, ik heb de Ladies Run vanmorgen overleefd. Zonder wandelen en zonder onzachte kennismakingen met kasseistenen, beton of asfalt.
Voor wie van cijfertjes houdt: ik liep vijf kilometer in 37 minuten en 54 seconden en liep dus met een gemiddelde snelheid van 7,914 kilometer per uur.
Ik vind dat ik dat goed gedaan heb, zie. Ik heb mij zelfs nog geamuseerd tijdens het lopen ook.
Meer moet dat eigenlijk niet zijn.
* Je maakt meer indruk op je chefs door vlak voor hun neus uit te glijden op de natte vloer dan door een recordaantal overuren te doen;
* Om een cadeau te kopen voor mijn moeder ter gelegenheid van Moederdag heb je vijf minuten nodig; om een cadeau te kopen voor mijn schoonmoeder ter gelegenheid van Moederdag heb je drie kwartier nodig;
* Mijn vriendje versiert op zijn werk vrouwelijke collega's in het lokaaltje waar de kopieermachines staan (waarom hebben wij op het werk eigenlijk geen zo'n lokaaltje?);
* Ik vind het niet erg om over Sebastian Karlsson of Tom Van Bauwel te dromen;
* Een middagdutje doen in de hangmat in de tuin lukt niet als er constant helikopters overvliegen;
* Voetballers horen tijdens het voetbalseizoen om drie uur 's nachts in hun bed te liggen in plaats van op de baan te zijn met hun Porsche (sorry, Giovanni);
* Sommige van onze vrienden denken dat Ruben en ik stiekem getrouwd zijn;
* Dertig minuten lopen lukt beter met Studio Brussel in mijn oren dan met de muziek die Evy me de afgelopen weken opdrong (ik kan Bob Sinclar en Martin Solveigh niet meer horen!);
* Tijdens een discussie in gedachten tot tien tellen helpt bij mij niet om te kalmeren, want daarna zeg ik toch wat ik daarvoor al wilde zeggen en wel twee keer zo luid.
Ik: Niet naar binnen met vuile schoe...!
Hij: Zei je iets, schat?
Hij: Mijn moeder vraagt of we even langsgaan.
Ik: Neen.
Hij: Heel even maar?
Ik: Neen!
Hij (tegen zijn moeder aan de telefoon): Oké, we komen wel even langs.
Hij: Je komt toch nog terug, hé?
Ik: Waar moet ik anders naar toe?
Hij: Waar heb jij zin in?
Ik: In chocolade.
Hij: Ik wou eigenlijk weten wat je wil dóen.
Ik: Chocolade eten.
Hij: Kijk niet zo verliefd.
Ik: Ik kijk niet verliefd. Jij kijkt verliefd.
Hij: Ik glimlach gewoon naar je.
Ik: Stop met kijken naar me!
Ik: Allé, en ze is niet eens knap. Dan moet ze wel heel goed zijn in bed.
Hij: Ja, vast wel.
Ik: Vind jij haar knap?
Hij: Ze heeft wel iets.
Ik: Ze heeft wel iets?
Hij: Wel ja, ze...
Ik: 't Is al goed.
Hij: Ben je wakker?
Ik: Neen, ik droom dat ik wakker ben. En jij ook.
Ik: Er staat echt helemaal niets in je agenda?
Hij: Ja, neen, maar ik moet wel gaan repeteren.
Ik: Tosh wil binnen.
Hij: Wel, laat ze binnen.
Ik: 't Is jouw kat.
Hij: Nu is het plots mijn kat.
Ik: Dat staat zo op haar paspoort.
Hij: Ik ga nieuwe schoenen kopen.
Ik: Ik ga mee! Ik heb ook nieuwe schoenen nodig.
Hij: Jij hebt schoenen genoeg.
Ik: Love you. En voorzichtig!
Hij: Ja-a.
Ik: Ik ben in de war.
Hij: Dat zeg je al weken.
Ik: Maar het is zo.
Hij: Misschien moet je eens goed nadenken over wat je eigenlijk wil.
Ik: Maar dat weet ik nu net niet! Daarom ben ik in de war!
Hij: Gremlie heeft honger.
Ik: Geef ze eten.
Hij: 't Is jouw kat. Dat staat zo op haar paspoort.
Ik: Perentaart? Je zou toch tiramisu maken?
Hij: Is het niet goed dan?
Ik: Jawel, maar ik verheugde me zo op tiramisu.
Hij: Zoen?
Ik: Zoen.